BEREIDEN

  1. Maak de vis schoon en pocheer deze met het water, het zout, één schoongemaakte en grofgesneden ui en vier worteltjes, de gewassen peterselie, de foelie, de tijm en de peperkorrels.
  2. Laat 30 minuten zachtjes pocheren.
  3. Borstel de mosselen stuk voor stuk schoon, verwijder de slikmosselen, de kapotte mosselen en de mosselen die openstaan en bij aanraken niet sluiten.
  4. Was de mosselen nog enige malen in koud water.
  5. Zeef de visbouillon, breng deze weer aan de kook en kook hierin de mosselen in 8 minuten gaar.
  6. Laat de mosselen goed uitlekken en vang het kookvocht op.
  7. Maak de rest van de worteltjes en uien, de knolselderij en de aardappelen schoon en snijd ze klein.
  8. Was de selderij en hak deze fijn.
  9. Verwarm de boter en bak hierin zachtjes de groenten.
  10. Voeg de bouillon toe en de gepelde mosselen.
  11. Breng de soep aan de kook en maak deze op smaak met wat zout en peper.
  12. Bind de soep eventueel met wat aangemengde bloem.
  13. Roer vlak voor het opdienen, van de kook af, de room door de soep.
  14. Serveer de soep met witbrood en boter.